informatie en Feiten

WAT IS ‘DE MELDCODE’?

De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een protocol waarin de stappen staan die een kinderopvangorganisatie en/of school volgt.   

Meldcode in de kinderopvang

De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een protocol waarin de stappen staan die een kinderopvangorganisatie en/of school volgt.  

De kinderopvangorganisatie heeft een branchebrede code opgesteld. Deze vindt u hier. Een kinderopvangorganisatie mag in theorie een eigen code vaststellen maar hier worden zeer strenge eisen aan gesteld. In praktijk zien we dan ook dat (bijna) alle Kinderopvangorganisaties de vastgestelde code gebruikt. Een Kinderopvangorganisatie is verplicht om de code inzichtelijk te maken voor de (potentiële) ouders. Dit kan bijvoorbeeld door hem op de website te plaatsen of ouders er middels een (terugkerende) nieuwsbrief aan te herinneren dat hij inzichtelijk is op de vestiging. 
De meldcode bestaat uit drie delen:

1. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in de thuissituatie.
2. Meldplicht bij een vermoeden van geweld- of zedendelict door een medewerker.
3. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling.

Een kinderopvangorganisatie heeft een meldplicht. Dit betekent dat ze bij wet verplicht zijn om te melden. 

Het meldpunt kinderveleigheid richt zich niet op het eerste gedeelte van de meldcode: de stappen rondom huiselijk geweld en kindermishandeling. Hier is vaak een interne aandachtsfunctionaris binnen de opvangorganisatie zelf voor ingesteld. De meldcode vermeld de volgende verplichte stappen: 

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in de thuissituatie

STAP 1: In kaart brengen van de signalen

De beroepskracht:

  • Observeert het kind
  • Brengt signalen bij het kind in kaart
  • Bespreekt de zorg met de aandachtsfunctionaris
  • Bespreekt de zorg met betrokkenen
  • Documenteert

STAP 2: Collegiale consultatie
Bij twijfel: Veilig Thuis (anoniem)
Bij twijfel: letseldeskundige

De beroepskracht:

  • Bespreekt signalen met collega’s/bemiddelingsmedewerker
  • Heeft overleg met de aandachtsfunctionaris voor advies
  • Heeft contact met Veilig Thuis voor advies
  • Geeft (indien van toepassing) signaal in verwijsindex
  • Documenteert

STAP 3: Geprek met de ouder (en indien mogelijk met het kind)

De beroepskracht:

  • Heeft gesprek met betrokkenen
  • Documenteert

STAP 4: Wegen van het geweld aan de hand van afwegingskader
Bij twijfel: altijd contact met Veilig Thuis

De beroepskracht:

  • Beoordeelt de risicotaxatie
  • Heeft bij twijfel contact met Veilig Thuis
  • Weegt aan de hand van afwegingskader
  • Documenteert

Afwegingskader

Afweging 1: Is melden noodzakelijk?

Afweging 2: Is hulpverlening (ook) mogelijk?

STAP 5: Beslissen over het doen van een melding en het inzetten van noodzakelijke hulp

De beroepskracht:

  • Beslist aan de hand van de uitkomsten (afwegingskader) 
  • Bespreekt een melding met de betrokkenen
  • Documenteert

Het meldpunt kinderveiligheid richt zich op het tweede gedeelte van de meldcode: De meldplicht bij een vermoeden van geweld- of zedendelict door een medewerker. Dit zijn de stappen: 

De meldplicht bij een vermoeden van geweld-of zedendelict door een medewerker

STAP 1A: In kaart brengen van de signalen

De beroepskracht:

  • Observeert
  • Brengt signalen in kaart
  • Documenteert

Het meldpunt: 

  • Vraagt observaties uit aan betrokkenen
  • Brengt signalen in kaart
  • Documenteert

STAP 1B: Direct melding doen van vermoeden bij de houder

De beroepskracht:

  • Is verplicht het vermoeden van een geweld- of zedendelict door een collega jegens een kind direct bij de houder te melden (tenzij het vermoeden de houder betreft)

Het meldpunt:

  • De houder geeft de melding direct door aan het meldpunt. 
  • Beroepskrachten kunnen ook direct een melding doen bij het meldpunt. 
  • Ouders / verzorgers kunnen ook direct een melding doen bij het meldpunt. 

STAP 2: In overleg treden met vertrouwensinspecteur

Het meldpunt:

  • Legt direct contact met de vertrouwensinspecteur van het onderwijs indien hij/zij aanwijzingen heeft dat een beroepskracht of houder een geweld- of zedendelict begaat of heeft begaan jegens een kind
  • Krijgt advies van de vertrouwensinspecteur over al dan niet doen van aangifte
  • Documenteert

STAP 3: Aangifte doen

De beroepskracht:

  • Is verplicht bij redelijk vermoeden aangifte te doen bij de politie (aangifteplicht)
  • Stelt de beroepskracht in ieder geval voor de duur van het onderzoek op non-actief
  • Legt een draaiboek aan
  • Raadpleegt de GGD
  • Regelt ondersteuning voor kind en ouders
  • Volgt het ingestelde onderzoek van de politie
  • Documenteert

STAP 4: Handelen naar aanleiding van onderzoek politie

Het meldpunt geeft advies aan de houder omtrent:

  • Rehabilitatie en/of het geven van een waarschuwing af en/of het nemen van arbeidsrechtelijke maatregelen
  • Documenteert

De houder:

  • Rehabiliteert en/of
  • Geeft waarschuwing af en/of
  • Neemt arbeidsrechtelijke maatregelen
  • Documenteert

STAP 5: Nazorg bieden en evalueren

Het meldpunt: 

  • Biedt nazorg aan ouders en kinderen
  • Biedt nazorg aan beroepskrachten
  • Organiseert ouderavonden
  • Verwijst door naar externe hulp
  • Evalueert de procedures met ten minste de houder
  • Documenteert

Het derde deel van de meldcode gaat over de stappen die de kinderopvangorganisatie dient te nemen bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling. De verantwoordelijkheid van de uitvoering van deze stappen ligt bij een interne aandachtsfunctionaris van de vestiging zelf of een daar toe extern aangewezen persoon/ organisatie. Het meldpunt kinderveiligheid richt zich niet op dit deel van de meldcode. 

De stappen zien er als volgt uit: 

Stappen bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling

STAP 1A: In kaart brengen van de signalen

De beroepskracht:

  • Observeert
  • Brengt signalen in kaart
  • Bespreekt signalen met collega’s en de leidinggevende
  • Documenteert

STAP 2: Melden van het gedrag bij leidinggevende

De beroepskracht:

  • Meldt het gedrag bij de leidinggevende
  • Brengt de ouders van de betrokken kinderen op de hoogte

STAP 3: Beoordelen ernst van het gedrag

De leidinggevende:

  • Raadpleegt Veilig Thuis en/of GGD
  • Gaat in gesprek over het gedrag met ouders van zowel het kind dat het gedrag vertoont als met de ouders van de kinderen die ermee worden geconfronteerd
  • Weegt de ernst van het gedrag:
    o licht seksueel grensoverschrijdend gedrag: bespreken in het team, inschakelen externe hulp niet nodig;
    o matig seksueel grensoverschrijdend gedrag: waarschuwing, inschakelen hulp;
    o ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag: direct ingrijpen vereist, maatregelen conform stap 4.
  • Documenteert (in het kinddossier)

STAP 4: Maatregelen nemen

De houder:

  • Stelt een intern onderzoek in
  • Schakelt experts in zoals GGD en Veilig Thuis
  • Organiseert zorg voor kinderen en ouders
  • Gaat in gesprek met ouders van kind dat gedrag vertoont én met de ouders van kinderen die geconfronteerd werden met het gedrag over de te nemen maatregelen
  • Documenteert

STAP 5: Beslissen en handelen

De houder:

  • Beslist naar aanleiding van het onderzoek over de opvang van het kind dat het gedrag heeft vertoond

STAP 6: Nazorg bieden en evalueren

De houder:

  • Biedt nazorg voor ouders, kinderen en beroepskrachten
  • Organiseert ouderavonden
  • Verwijst door naar externe hulp
  • Evalueert de procedures
  • Documenteert

Meldcode in het onderwijs

Scholen zijn wettelijk verplicht een meldcode te gebruiken bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling. Hier controleert de onderwijsinspectie eens in de vier jaar op.
De meldcode zorgt ervoor dat er bij signalen zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. Iedere school ontwerpt zelf een eigen meldcode die aansluit bij de praktijk. In de meldcode moeten in ieder geval deze vijf stappen opgenomen zijn:

Het hebben van een meldcode rondom een vermoeden van geweld-of zedendelict door een medewerker, is gek genoeg voor het onderwijs niet verplicht. Ook het vastleggen van de te nemen stappen die scholen van plan zijn te nemen bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling is geen verplichting.

Er was/is in het onderwijs dan ook bij veel scholen sprake van handelingsverlegenheid als zo’n situatie zich voordoet.
Daarom is er een app ontwikkelt: Meldcode Kindermishandeling

Deze raad de volgende stappen aan:

STAP 1: In kaart brengen van de signalen

STAP 2: Collegiale overleg en eventueel met Veilig Thuis

STAP 3: In gesprek gaan met de betrokkene(n) 

STAP 4: Het wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Bij twijfel altijd Veilig Thuis consulteren.

STAP 5: Is melden noodzakelijk? Of is hulpverlenen of organiseren (ook) mogelijk?

Het hebben van een meldcode rondom een vermoeden van geweld-of zedendelict door een medewerker, is gek genoeg voor het onderwijs niet verplicht. Ook het vastleggen van de te nemen stappen die scholen van plan zijn te nemen bij signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen onderling is geen verplichting.

Er was/is in het onderwijs dan ook bij veel scholen sprake van handelingsverlegenheid als zo’n situatie zich voordoet.
Daarom is er een app ontwikkelt: Meldcode Kindermishandeling

Deze raadt de volgende stappen aan:

De meldplicht bij een vermoeden van geweld-of zedendelict door een medewerker

STAP 1A: In kaart brengen van de signalen

De medewerker:

  • Observeert
  • Brengt signalen in kaart met behulp van de signalenlijst
  • Documenteert

Het meldpunt: 

  • Vraagt observaties uit aan betrokkenen
  • Brengt signalen in kaart
  • Documenteert

STAP 1B: Direct melding doen van vermoeden bij de directeur

De beroepskracht:

  • Meldt een vermoeden van een gewelds- of zedendelict door een medewerker/ collega jegens een leerling/ student direct bij de directeur
  • Houdt rekening met de specifieke aandachtspunten die horen bij de melder

Het meldpunt:

  • De directeur geeft de melding direct door aan het meldpunt. 
  • Medewerkers kunnen ook direct een melding doen bij het meldpunt. 
  • Studenten van 16 jaar en ouder /ouders / verzorgers kunnen ook direct een melding doen bij het meldpunt. 

STAP 2: In overleg treden met vertrouwensinspecteur

Het meldpunt:

  • Legt direct contact met de vertrouwensinspecteur van het onderwijs indien hij/zij aanwijzingen heeft dat een beroepskracht of houder een geweld- of zedendelict begaat of heeft begaan jegens een kind
  • Krijgt advies van de vertrouwensinspecteur over al dan niet doen van aangifte
  • Documenteert

STAP 3: Aangifte doen

De beroepskracht:

  • Is verplicht bij redelijk vermoeden aangifte te doen bij de politie (aangifteplicht)
  • Stelt de beroepskracht in ieder geval voor de duur van het onderzoek op non-actief
  • Legt een draaiboek aan
  • Raadpleegt de GGD
  • Regelt ondersteuning voor kind en ouders
  • Volgt het ingestelde onderzoek van de politie
  • Documenteert

STAP 4: Handelen naar aanleiding van onderzoek politie

Het meldpunt geeft advies aan de houder omtrent:

  • Rehabilitatie en/of het geven van een waarschuwing af en/of het nemen van arbeidsrechtelijke maatregelen
  • Documenteert

De houder:

  • Rehabiliteert en/of
  • Geeft waarschuwing af en/of
  • Neemt arbeidsrechtelijke maatregelen
  • Documenteert

STAP 5: Nazorg bieden en evalueren

Het meldpunt: 

  • Biedt nazorg aan ouders en kinderen
  • Biedt nazorg aan beroepskrachten
  • Organiseert ouderavonden
  • Verwijst door naar externe hulp
  • Evalueert de procedures met ten minste de houder
  • Documenteert

WAT HOUDT HET ‘VIER-OGEN-PRINCIPE’ IN?

Nadat er een melding bij ons is binnengekomen treedt uw aandachtsfunctionaris in contact met de vertrouwensinspecteur van het onderwijs (ook als het om een Kinderopvangorganisatie gaat). De vertrouwensinspecteur adviseert de beste handelswijze. Dit advies nemen wij altijd over. Het advies kan bijvoorbeeld zijn om een aanvullend gesprek met de melder te hebben om de situatie nog beter in kaart te brengen, een aanvullend onderzoek (te laten) uitvoeren of de melder te adviseren aangifte te doen bij politie. 

HOE VAAK WORDT GECONSTATEERD OF IEMAND (ON)SCHULDIG IS?

In sommige gevallen kan ervoor gekozen worden om een extern onderzoeksbureau in te schakelen. Zij kunnen bijvoorbeeld onderzoeken wat de omstandigheden waren waarin een situatie zich heeft kunnen voordoen. Ze kunnen ook een beeld geven van het algemene gevoel rondom veiligheid van ouders. Een extern onderzoeksbureau mag en kan niet iemand veroordelen of aanwijzen als dader. 

HOEVEEL AANGIFTEN VAN GRENS-OVERSCHRIJDEND GEDRAG WORDEN ER JAARLIJKS GEDAAN?

Soms is een onderzoek door het meldpunt zelf wenselijk. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een inventarisatie van de ruimte, het bekijken van camerabeelden, het praten met werknemers of het interviewen van ouders. Dit type onderzoek is gericht op onderzoeksvragen als: “Er zijn geen aantoonbare onveilige situaties voorgevallen maar toch zijn er meerdere ouders die twijfels of een raar gevoel hebben. Waar komt dit vandaan en hoe kan het gevoel van veiligheid worden verbeterd?” of “Welke rapportcijfer geven ouders de organisatie qua gevoel van veiligheid?”

Onderzoeken vanuit het meldpunt zijn niet gericht het veroordelen of aanwijzen van een dader. Ook bevragen wij geen kinderen. 

HOE KUN JE ZIEN OF IEMAND EEN PEDOFIEL IS?

Soms is het nodig om de situatie nog beter in kaart te brengen of om de behoefte van de melder (ouders of een werknemer) te inventariseren. In sommige gevallen vindt dit telefonisch plaats. Meestal gebeurt dit echter op locatie. Vaak bij de melder thuis of eventueel bij ons op kantoor. Over het algemeen zijn er twee aandachtsfunctionarissen bij betrokken. De inhoud van het gesprek hangt af van de situatie: van de gebeurtenis, persoonlijke behoefte en bijkomende emoties. De aandachtsfunctionaris zal proberen zo concreet mogelijk aan te geven wat eventuele vervolgstappen zijn en wat u kunt verwachten. 

HOE HOOG IS DE SCHADEN-VERGOEDING ONGEVEER BIJ GRENS-OVERSCHRIJDEND GEDRAG?

Het staat ouders en medewerkers altijd vrij om aangifte bij de politie te doen. Met of zonder het advies van het meldpunt. 
De politie zal de aangifte opnemen en intern bepalen of zij genoeg aanleiding zien om een onderzoek te starten. Als ze niet genoeg aanleiding zien wordt de aangifte geseponeerd. De melder wordt hiervan op de hoogte gesteld. Degene waar de aangifte is gedaan wordt over het algemeen niet geïnformeerd over de aangifte. 
Als de politie besluit tot een onderzoek zullen zij dit onder andere doen door het verhoren van de verdachte. Vaak wordt het slachtoffer ook gehoord, dit wordt op een kindvriendelijke wijze gedaan. Kinderen onder de drie jaar worden vaak niet gehoord. 
Een politieonderzoek kan lang duren. Verwacht dus niet dat het binnen een maand afgehandeld is. 

MEEST GESTELDE VRAGEN RONDOM EEN onderzoek

WORDT IK ALS OUDER ALTIJD OP DE HOOGTE GESTELD ALS ER EEN ONDERZOEK SPEELT?

Het meldpunt streeft naar een zo hoog mogelijk transparantie. Wij zullen de organisatie adviseren zo  snel als mogelijk overige ouders te informeren. In sommige gevallen doen wij dit zelf door middel van een ouder avond.

Dit wil echter niet zeggen dat alle ouders direct op de hoogte worden gesteld bij een vermoeden, klacht of twijfel. Ten eerste kan het constant op de hoogte brengen van alle ouders van iedere vraag leiden tot onnodige paniek. Ten tweede kan het op de hoogte brengen van alle ouders tijdens een onderzoek de onderzoeksresultaten beïnvloeden waardoor ze minder betrouwbaar zijn.  

HOE GARANDEREN JULLIE DE VEILIGHEID VAN DE KINDEREN ALS ER EEN VERMOEDEN BESTAAT?

Bij een vermoeden wordt er een onderzoek gestart. Tijdens het onderzoek wordt de beroepskracht waartegen het vermoeden is op non-actief gesteld. 

ER HEEFT EEN ONDERZOEK PLAATSGEVONDEN VOOR EEN ANDER KIND. NU HEB IK ZELF OOK VERDENKINGEN.

Als u een verdenking heeft neemt u dan vooral contact op met het meldpunt. Ook als een aangifte geseponeerd is. Iedere melding of  verdenking wordt genoteerd in het dossier van de organisatie. Het meldpunt start een onderzoek bij een groot signaal of meerdere kleine. 

DE POLITIE HEEFT HET ONDERZOEK GESEPONEERD. TOCH HEB IK EEN NAAR GEVOEL. KUNNEN JULLIE EEN EXTRA ONDERZOEK DOEN?

Bij de (zeden)politie werken goedopgeleiden en bedreven professionals met veel ervaring. Wij gaan daarom uit van hun expertise. Als de politie een aangifte seponeert stopt daar het onderzoek. Wij doen geen extra of aanvullend onderzoek. 

Als er een nieuwe, andere melding komt wordt deze uiteraard serieus genomen en start onze procedure opnieuw. Dit kan leiden tot een tweede onderzoek. 

Als er een onderzoek heeft plaatsgevonden op het kinderdagverblijf of school waar uw kind op zit en deze geseponeerd is en u toch een naar gevoel houdt kunt u altijd contact op nemen met het meldpunt. 

HOEF IK NIET TE BETALEN TIJDENS EEN ONDERZOEK?

Dit probleem speelt niet voor scholen maar wel voor de kindeorpvang. Een onderzoek ontslaat u niet van uw betalingsverplichting. Niet als het om uw eigen kind, ook niet als het om een ander kind van de opvang, gaat. Als u geen gebruik meer wilt maken van de diensten van de kinderopvangorganisatie dient u op de normale wijze op te zeggen en geldt de reguliere opzegtermijn. 

In sommige kinderopvangovereenkomsten staat dat de overeenkomst wegens zwaarwichtige omstandigheden direct beëindigd mag worden. Als er aantoonbaar grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden zou dit hier onder kunnen vallen, zolang er sprake is van een vermoeden is dit niet het geval. Vergeet u niet om schriftelijk op te zeggen!
In sommige gevallen gaat de kinderopvangorganisatie zelf akkoord met directe beëindiging van de overeenkomst. Houdt u er  rekening mee dat als u de belastingdienst zo snel mogelijk op de hoogte brengt in verband met het beëindigen van de kinderopvangtoeslag. 

We maken het wel eens mee dat een ouder zo schrikt van een verhaal van de ouders van een ander kind dat de ouder de betalingen van afgelopen tijd storneert. Dit raden wij met klem af. Juridisch gezien staat de kinderopvangorganisatie in haar recht en zal dan ook een nieuw betalingsverzoek sturen. Als er niet wordt betaald volgt een incassotraject waarin de ouder weinig kans tot winnen heeft. Dit is niet alleen emotioneel belastend maar brengt ook kosten met zich mee. Daarnaast is er een grote kans dat de belastingdienst, als zij op de hoogte worden gesteld, de kinderopvangtoeslag terugvorderen.
Als u erg schrikt van een verhaal kunt u beter het meldpunt bellen en als u geen vertrouwen meer heeft in de organisatie de overeenkomst beëindigen. 

Als iemand veroordeeld wordt voor grensoverschrijdend gedrag bepaalt een rechter of er sprake is van een schadevergoeding voor het slachtoffer. Dit staat los van de betalingsverplichting vanuit de opvang-overeenkomst. 

ER HEEFT EEN ONDERZOEK PLAATSGEVONDEN EN IS GESEPONEERD MAAR IK WIL NOG MEER GERUSTGESTELD WORDEN

Als er een onderzoek heeft plaatsgevonden betekent het dat er een aanleiding was. Dit gaat altijd gepaard met emoties. Niet alleen bij de betrokken kinderen en ouders maar ook bij de overige ouders. Het is volkomen normaal dat u de schrik er flink in zit, zeker bij de gedachten wat er allemaal had kunnen gebeuren. Of als u het verhaal van de betrokken ouder zelf hoort. 

Echter, als een onderzoek is afgerond betekent het dat er geen reden is tot zorg. Gevoelens en emoties zijn vaak dan niet opeens over. Veel ouders hebben behoefte aan 100% garantie op veiligheid. Dit is niet te geven. In geen situatie en bij niemand. Het leven houdt altijd een risico in, hoe moeilijk dat ook is. U moet weer vertrouwen krijgen in de omgeving. Het is logisch dat dit enige tijd kost. Blijft u last houden van deze gevoelens dan is  het raadzaam om contact op te nemen met het meldpunt of professionele hulp om erover te praten. 

Twijfels, vermoeden of behoefte aan informatie? Neem contact op met ons meldpunt.

Uw wordt naar aanleiding van uw aanvraag teruggebeld door een van onze aandachtsfunctionarissen. Begeleiding voor ouders of medewerkers die een vermoeden hebben is gratis. 

Ouders

Kinderopvang & onderwijs

PRAKTISCH

Downloads

© 2023 All rights reserved